Klavecimbel

Een toetsinstrument, ook toetseninstrument of klavierinstrument is een muziekinstrument dat bespeeld wordt met behulp van een klavier of toetsenbord. Voorbeelden van dergelijke instrumenten zijn piano, orgel, synthesizer.

Een klavier zoals hier bedoeld bestaat meestal uit 7 witte en 5 zwarte toetsen per octaaf, zo gerangschikt dat de witte toetsen een toonladder van C-majeur in gelijkzwevende temperatuur ten gehore brengen.

Over dit instrument

Het klavecimbel (eveneens correct, maar niet gangbaar onder vakmensen: de klavecimbel) is een snaarinstrument dat met toetsen bespeeld wordt. Vóór het ontstaan van de piano was het met het pijporgel het belangrijkste toetsinstrument. In tegenstelling tot de piano (waarbij de snaren aangeslagen worden) worden de snaren van een klavecimbel getokkeld. Het geluid van een klavecimbel lijkt wat op dat van een luit, maar dan luider.

Iemand die een klavecimbel bespeelt, wordt een klavecinist of klavecimbelspeler genoemd.

In het verleden werd klavecimbel ook vaak clavecimbel of clavecymbel gespeld, maar de Woordenlijst van 1954 verkoos klavecimbel.
In tegenstelling tot de piano, waar bij het indrukken van een toets een hamertje tegen de snaar slaat, wordt bij een klavecimbel de snaar getokkeld door middel van een pennetje, vergelijkbaar met het plectrum. Oorspronkelijk werden voor deze pennetjes ganzenpennen gebruikt. De toetsen brengen de beweging van de vingers omlaag over op een beweging omhoog van de zogeheten springers, houten latjes waarin in de bovenzijde (zie tekening) een scharnierende tong (3, roze) is bevestigd. De tong kan alleen 'achterover' draaien. Aan deze tong is het pennetje (plectrum, 4, grijs)) bevestigd. Bij het aanslaan van de toets beweegt het geheel zich omhoog en neemt het pennetje de snaar (1, geel) een eindje mee. Op enig moment houdt het pennetje de kracht van de snaar niet meer en schiet deze los, zijn resonantie als geluid hoorbaar makend. Laat de bespeler de toets weer los dan zakt de springer weer terug naar de rustpositie waarbij het pennetje de snaar wel raakt (wat ook hoorbaar is) maar de tong is bij deze beweging niet geblokkeerd. Uiteindelijk rust ook de demper (5, blauw) weer op de snaar en sterft het geluid ervan snel weg.

Dit mechaniek geeft het instrument weliswaar een uniek timbre, maar zorgt ook voor enkele beperkingen. Op een klavecimbel is het bijvoorbeeld veel minder goed mogelijk onderscheid te maken tussen piano of forte (zacht of hard) spelen. Bovendien is het op een klavecimbel veel minder goed mogelijk "lange" noten te spelen, omdat het geluid betrekkelijk snel wegsterft. Door een noot met een triller te spelen kan een toon langer gemaakt worden.

Vaak heeft het klavecimbel twee klavieren of manualen boven elkaar, die verschillende registers bedienen, te vergelijken met een pijporgel. Meestal is het ene klavier dan luider dan het andere en kunnen de twee ook gecombineerd worden voor een nog luidere klank. Op deze manier kan men op het klavecimbel een groter verschil in dynamiek bereiken.

Maar misschien interesseert dit je ook…

Meer info?
Loop je warm voor deze opleiding? Vul dan het formulier in. We spreken dan graag af om te bespreken wat je mogelijkheden zijn. Meer informatie over het inschrijvingsgeld vind je op onze prijzenpagina. We kijken uit naar ons gesprek!
  • ©2019 Academie Wijnegem - Schilde - Zoersel    — made by design